Het klassieke seizoen was al goed van start gegaan voor Mathieu van der Poel, maar uiteraard komen de grote doelen er straks pas aan. Lessen uit het verleden leren de Nederlander dat hij zich deze week dan ook niet zal overzetten in de Tirreno-Adriatico.
LEES OOK: Nieuwe optater: Van Aert moet alweer wonden likken
Stappen zettenEen mooie overwinning op dinsdag, maar deze rittenkoers dient toch echt als voorbereiding op Milaan-Sanremo, Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix. “Dit is de perfecte wedstrijd om de klassiekers voor te bereiden. Niet dat ik de bevestiging van die vorm nog echt nodig heb”, sprak Van der Poel al.
De renner van Alpecin-Premier Tech vertrouwt dat hij in Italië nog een stap kan zetten. “De Omloop was al boven verwachting goed. Daar voelde mijn benen zelfs nog beter dan hier. Maar als je een rit als deze kan winnen, moet je niet klagen. Het doel is om beter te worden richting de grote doelen straks. Dat lukt.”
Niet zoals in 2021
En dan wordt het ook zaak om zichzelf niet helemaal leeg te rijden. Anders dus dan vijf jaar geleden toen quasi elke dag een flinke strijd werd gevoerd met Wout van Aert. Ze reden elkaar toen helemaal naar de vaantjes, met alle gevolgen van dien.
“Het was destijds keer op keer op het scherp van de snee. Toen voelde ik mij ook heel goed. Maar een week later reed ik mijn minste Sanremo. Ik heb destijds mijn beste vorm vergooid in de Tirreno”, lijkt Van der Poel zich het bij Het Nieuwsblad nog altijd te beklagen.
Ook Van Aert weet nog maar al te goed hoe zeer die Tirreno er toen heeft ingehakt. Ook de Kempenaar zal zich niet meer aan diezelfde steen stoten. "Ik was redelijk moe na die Tirreno. Dat was niet per se de beste voorbereiding op de rest van het klassieke jaar."
"Het was heel mooi om zo te koersen, maar nu pak ik het wel anders aan", klinkt het bij hem. Doseren is dus de boodschap in deze Tirreno, en als het mogelijk is nog eens voor eigen kans gaan.
Kevin De Jonghe