Dat de wielersport bijzonder belastend kan zijn, dat hoeft geen betoog. Dat is op fysiek vlak het geval, maar ook het mentale aspect mag zeker niet worden versmaden. Zo leerden ons nog enkele voorbeelden uit het recente verleden, met de situatie rond Fem van Empel ongetwijfeld als meest duidelijke voorbeeld.
LEES OOK: Ruben Van Gucht en Ine Beyen laten zich uit over Lotte Kopecky
Oog voor het mentaleDe Nederlandse kwam begin van het afgelopen crossseizoen terug in actie, om vervolgens alweer snel te verdwijnen en haar fiets zelfs voor onbepaalde duur aan de kant te zetten. Ine Beyen begrijpt maar al te goed dat het voor renners soms te veel kan worden.
Vandaar ook dat ze vorig jaar nog een pleidooi hield voor het mentale welzijn in het wielrennen, waarbij de situatie – toen al – van Van Empel als katalysator werkte. Ook nu maakt Beyen bij Het Nieuwsblad nogmaals duidelijk dat het mentale aspect vaak te makkelijk over het hoofd wordt gezien.
“Mensen staan er niet bij stil hoeveel er verwacht wordt van die rensters. Kijk ook naar Lotte Kopecky, die duidelijk aangaf dat ze zich niet goed voelde in de Tour. Ik weet het, er zijn nóg veeleisende jobs, maar wielrenners staan er vaak alleen voor. Negen op de tien keer is het alleen die fiets pakken, alleen door de regen rijden, alleen thuiskomen en die fiets poetsen. En telkens ergens die motivatie halen.”

Beyen ondervond het zelf
Beyen vindt het dan ook van grote moed getuigen dat renners als Kopecky en Van Empel dit dan ook durven te benoemen, en zelfs tot – drastische – actie durven over te gaan. “Ik vind het mooi dat renners als Kopecky of Van Empel dan durven te zeggen: het gaat even niet. We hebben allemaal momenten dat het even niet gaat.”
Zo heeft Beyen nog maar net zelf moeten onvervinden.”Ik ben zelf na het WK in Rwanda vorig jaar gecrasht. Op het vliegtuig naar huis ging ik een paar keer van mijn stokje. In het ziekenhuis vonden ze wel iets, maar niet zoveel. Dus waarschijnlijk was het de weerslag van de voorbije jaren. Mijn scheiding, mijn job, mijn leven als alleenstaande moeder.”
Dat dit dan ook gebeurt in een topsportklimaat, verrast Beyen allerminst. “Ik klaag niet. Ik ben een doorzetter. Ik heb thuis ook altijd gehoord: Hup hup, niet bij de pakken blijven zitten. Maar uiteindelijk zegt je lijf op een bepaald moment neen. En wij moeten dan proberen om recht te staan en weer te functioneren, maar topsporters moeten trainen en presteren. En ook nog een keer blootstaan aan de meningen van iedereen.”
Kevin De Jonghe