Michael Matthews heeft zich kritisch uitgelaten over het huidige puntensysteem van de UCI en stelt dat de jacht op punten het wielrennen schaadt. Volgens de Australiër ligt bij veel ploegen de focus te veel op het verzamelen van UCI-punten, in plaats van op het winnen van koersen. Dat heeft volgens hem grote gevolgen voor de manier waarop er gekoerst wordt en voor de aantrekkelijkheid van de sport.
De 35-jarige Matthews, die dit seizoen al vroeg wist te winnen in de Gran Premio Castellón, spaarde zijn woorden niet. In gesprek in de Roadman Podcast noemde hij het puntensysteem een doorn in het oog. “Het maken van UCI-punten maakt het wielrennen kapot,” stelde de renner van Jayco AlUla onomwonden.
Koersen om punten, niet om winst
Volgens Matthews is er in het peloton een duidelijke verschuiving zichtbaar. Ploegen rijden steeds minder om daadwerkelijk te winnen en steeds vaker om zoveel mogelijk renners in de top tien te krijgen. “Je ziet teams met meerdere kopmannen, niet omdat ze allemaal kunnen winnen, maar omdat elke plek telt voor de punten,” aldus Matthews. Dat leidt volgens hem tot behoudend koersgedrag en minder uitgesproken finales.

De Australiër ziet dat niet alleen bij kleinere teams die vechten voor hun WorldTour-licentie, maar juist ook bij grote ploegen. “Veel teams bouwen hun hele seizoen rond die punten op. Het bepaalt waar je rijdt, wie er rijdt en hoe je rijdt,” zegt hij. Daarmee verdwijnt volgens Matthews een belangrijk deel van de sportieve spontaniteit uit het wielrennen.
Teamsport onder druk
Een ander probleem dat Matthews aankaart, is de impact op het teamgevoel. Wielrennen wordt vaak gepresenteerd als een teamsport, maar het puntensysteem werkt volgens hem individualisme in de hand. “Je probeert fans uit te leggen dat we als ploeg werken, maar vervolgens zie je drie renners van hetzelfde team tegen elkaar sprinten voor een achtste of negende plaats,” legt hij uit.
Dat maakt het wielrennen volgens Matthews niet alleen lastiger te begrijpen voor het publiek, maar ook minder aantrekkelijk. De nadruk ligt te veel op rekenen en te weinig op intuïtie, lef en duidelijke rolverdeling binnen een ploeg.

Dromen maken plaats voor rekenwerk
Matthews benadrukt dat hij liever ziet dat renners en teams weer dromen najagen. Grote doelen als de Ronde van Vlaanderen of Milaan-San Remo zouden centraal moeten staan, in plaats van een seizoensplanning die draait om punten sprokkelen in kleinere koersen. “Winnen moet weer het belangrijkste zijn,” stelt hij.
Volgens de Australiër gaat het huidige systeem ten koste van het koersverloop én van de identiteit van het wielrennen. Renners worden afgerekend op posities in plaats van op prestaties die het publiek bijblijven. “Niemand herinnert zich wie achtste werd, maar iedereen herinnert zich de winnaar.”
Breder ongenoegen in het peloton
De woorden van Matthews staan niet op zichzelf. In het peloton klinkt al langer gemor over de invloed van UCI-punten op promotie, degradatie en kalenderkeuzes. Het systeem dwingt ploegen tot strategische keuzes die niet altijd in het belang zijn van de sport, maar wel noodzakelijk om op het hoogste niveau te blijven.
Of de UCI het systeem op korte termijn zal aanpassen, blijft onzeker. Duidelijk is wel dat renners als Matthews het debat blijven aanzwengelen. Voor hen staat vast dat wielrennen meer moet zijn dan een rekensom en dat de sport pas echt leeft wanneer winnen weer het hoofddoel is.
WN Redactie