Met het voorjaar in aantocht draait één vraag steeds luider rond in het peloton: kan Wout van Aert het verschil met zijn grootste rivalen nog dichten? Volgens José De Cauwer is het antwoord weinig hoopgevend. In Knack komt de ervaren commentator met een analyse die hard binnenkomt bij de Belgische wielerfan.
LEES OOK: Winter zonder cross? De Cauwer ziet opvallende sleutel tot beslissing
Breedte werkt niet meerDe Cauwer spaart zijn woorden niet wanneer hij het krachtsverschil benoemt. “Het is lastig om luidop te stellen, maar het staat buiten kijf dat Van Aert een achterstand heeft opgelopen die hij nooit meer kan goedmaken,” klinkt het onomwonden. Daarmee doelt hij op de kloof met Tadej Pogacar en Mathieu van der Poel, die volgens hem structureel een stap verder staan.
Bij Team Visma | Lease a Bike werd de voorbije seizoenen bewust ingezet op collectieve kracht. Met renners als Tiesj Benoot, Christophe Laporte en Dylan van Baarle hoopte de ploeg het overwicht van de absolute toppers te neutraliseren.
Volgens De Cauwer heeft die aanpak zijn limieten bereikt. “Ze dachten: we maken een ijzersterk geheel in de breedte. Maar die breedte telt niet meer in de topklassiekers. Als Pogacar en Van der Poel doortrekken, blijven alleen de groten over.”

Pokeren tegen de explosiviteit
De vraag rijst dan of renners als Van Aert en Mads Pedersen niet vaker zouden moeten afwachten, zoals Benoot recent suggereerde. De Cauwer begrijpt die redenering, maar ziet weinig kans op succes. “Als mannen als Van Aert en Pedersen niet meerijden, dan moet Van der Poel ook niet rijden. Wie gaat hem met zijn explosiviteit kloppen als ze pokeren tot diep in de finale?”
Volgens De Cauwer is het tijdperk van afwachten definitief voorbij. “Vroeger was niet meerijden de standaard: eerst het bord van de ander opeten. Nu zeggen die toppers: wij zijn kapiteins, wij rijden.” Als voorbeeld haalt hij Gent-Wevelgem 2024 aan, waar Van der Poel zelf initiatief nam, terwijl ploegmaat Jasper Philipsen in de achtervolgende groep zat.
Stan Strubbe