Twijfelt er nog iemand aan wie zondag met de regenboogtrui aan de haal gaat in Hulst? Mathieu van der Poel lijkt met zijn perfecte winter en overmachtige zeges de titel al bijna op zak te hebben. Toch weigert de wereldkampioen zichzelf rijk te rekenen. In gesprek met Sporza klonk hij opvallend voorzichtig over wat iedereen als een zekerheid beschouwt.
LEES OOK: Wellens is scherp en komt met opvallend straffe conclusie voor het WK
Ervaring maakt voorzichtigVan der Poel beseft als geen ander hoe verraderlijk een WK kan zijn. Hoe groot het verschil met de concurrentie dit seizoen ook oogt, garanties bestaan volgens hem niet. “Was het maar zo gemakkelijk,” grinnikte hij. “Een wedstrijd moet nog altijd gereden worden.”
De Nederlander baseert zijn voorzichtigheid niet op valse bescheidenheid, maar op ervaring. “In het verleden heb ik het ook al meegemaakt dat ik als topfavoriet naar het WK ging en dat het niet lukte,” herinnerde hij zich. Volgens Van der Poel schuilt net daarin het gevaar van een kampioenschap: alles moet samenvallen op één dag.
Hij somde meteen enkele scenario’s op die roet in het eten kunnen gooien. “Het kan altijd dat ik geen wereldkampioen word. Ik kan bijvoorbeeld een slechte dag hebben of mijn ketting kan breken,” klonk het. En met een knipoog voegde hij eraan toe: “Je zal zien dat het net op zo’n dag gebeurt. Al ga ik daar niet vanuit.”

Vorm zit goed, rest is bijzaak
Wat hij wél in de hand heeft, is zijn voorbereiding. Daarover klinkt Van der Poel bijzonder gerust. “Ik zit op schema en ben heel tevreden over mijn conditie,” stelde hij. Alles wat daarbuiten valt, probeert hij los te laten. “De rest heb ik niet in de hand en daar ga ik ook niet wakker van liggen.”
Met een achtste wereldtitel zou Van der Poel geschiedenis schrijven en het legendarische record van Eric De Vlaeminck verbeteren. Een mijlpaal die in het veldrijden lange tijd als onaantastbaar werd beschouwd. Maar ook daarover blijft hij nuchter. “Ik besef hoe uniek het zou zijn als dat zou lukken,” gaf hij toe. “Iedereen dacht dat dat record nooit verbeterd zou worden.”
Stan Strubbe