Het is medio januari en dat betekent dat we als wielerliefhebbers nu écht stilaan mogen gaan mijmeren over de voorjaarsklassiekers, welke ineens met rasse schreden dichterbij komen. Ook voor Wout van Aert is het opschieten geblazen.
Na zijn valpartij in de Zilvermeercross te Mol leek Van Aert voor een langere tijd uitgeschakeld, temeer vanwege de doktersconclusie: een breukje in de enkel. Niets van dat, want afgelopen week werkte de Kempenaar alweer verscheidene duurtrainingen met flink wat hoogtemeters af.
LEES OOK: Wout van Aert houdt zich niet in en klapt uit de biecht
Milaan-Sanremo terug op de rol voor Van AertOp trainingskamp wordt er dus stevig gefietst door de 31-jarige Vlaming, die hoopt dit voorjaar eindelijk weer eens grote vis binnen te kunnen hengelen. Onder voorbehoud rijdt de veelzijdige coureur achtereenvolgens - wat klassiekers betreft - Omloop Het Nieuwsblad, Strade Bianche, Milaan-Sanremo, de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix.
Verschillende zogeheten 'Monumenten' dus, waarbij ook opvallend is dat Milaan-Sanremo ook weer op de rol staat. De afgelopen twee jaar stond La Primavera immers niet op de wedstrijdplanning van Van Aert. De verklaring daarvoor, met ook een duiding van waarom hij dit jaar wél de Italiaanse koers weer opzoekt (hij rijdt overigens ook Tirreno-Adriatico), gaf hij in een YouTube-video.
Van Aert klapt uit de biecht over Milaan-Sanremo
''Ik haatte het om Milaan-Sanremo te missen'', klapt hij uit de biecht in een door zijn broodheer geüploade video. ''Eén plus één is nog altijd twee. Ik kon de signalen niet langer negeren'', refereert hij vervolgens indirect aan het feit dat dit het enige wielermonument is wat hij tot noch toe wist te winnen.
Een deelname betekent automatisch dat het hoog staat op het lijstje met grote doelen. Zijn zege aldaar dateert inmiddels alweer van 2020. ''Milaan-Sanremo is net als de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix een groot doel, maar het is ook betekenisvol om een van de andere koersen te winnen'', legt Van Aert zijn scope ook wat breder neer.
Youri van den Berg