Echt veel strijd tussen de grote kanonnen hebben we de afgelopen periode helaas niet gehad, en dan spreken we over het duel Mathieu van der Poel-Wout van Aert. Echter werpen er zich met Thibau Nys en Tibor Del Grosso intussen wel twee ‘nieuwe’ trekpleisters op.
LEES OOK: Roodhooft niet bang voor 'geval-Van Aert': "Dan moet je binnen blijven"
Een nieuwe parelNys staat er intussen al even, Del Grosso heeft deze winter duidelijk een stap gezet. Hij boekte ook twee overwinningen. Gezien het gelijkaardig profiel wordt hij nu wel al eens vergeleken met Mathieu van der Poel. Iets wat ook ploegleider Christoph Roodhooft wel ziet, al blijft hij toch voorzichtig in die vergelijking.
“Of Tibor effectief tot dat niveau kan uitgroeien, dat zullen we moeten afwachten. Maar er zit wel iets in. Renners die veel winnen, hebben vaak een zekere X-factor. En dat Tibor daarover beschikt, daar kan je niet onderuit. Wat dat betreft, is hij de uitdager van Thibau Nys geworde”, aldus Roodhooft bij Wielerflits.
Maar dat ze met Del Grosso een goudhaantje in de rangen hebben, weet Roodhooft donders goed: “Zoals ik al eerder heb gezegd: het is al lang geleden dat we zo’n talent op die leeftijd in de ploeg hebben gehad. Dat is alleen maar goed.”
Van der Poel-gelijkenissen
Niet enkel qua technisch profiel lijkt Del Grosso op Van der Poel, helaas kent hij ook dezelfde fysieke ongemakken, namelijk de rug. Ze weten bij Alpecin intussen dan ook hoe ze dat moeten aanpakken: “Dat is zo, maar uiteindelijk is Tibor nog maar 22 jaar. Enerzijds is dat lichaam al heel sterk, maar dat moet ook nog een beetje evolueren.”
“Bij Mathieu zijn die problemen uiteindelijk weggegaan door er heel veel mee bezig te zijn. Maar het is ook een beetje eigen aan deze hele drukke periode. Dan krijgen renners last van zere benen, maar ook van een zere rug”, moeten er volgens Roodhooft nog niet al te veel conclusies uit worden getrokken..
“Een zere rug en crossen is een combinatie die je heel veel ziet. Dat zal nooit helemaal verdwijnen uit de sport. Tibor is de kerstperiode uiteindelijk goed doorgekomen en heeft dat goed aangepakt. Dat moet momenteel geen zorg van ons zijn”, besluit hij.
Kevin De Jonghe
