We kennen Wout van Aert allemaal als een bijzonder begenadigd wielrenner, maar intussen is hij ook al een tijd bezig als ondernemer. Zo is hij al lange tijd minderheidsaandeelhouder bij Heylen Vastgoed, net als bij Mon Dada, een bedrijf dat luxekaarsen verkoopt. Hij denkt aan het financiële plaatje, een gevoelig thema in de koers.
LEES OOK: Wielerfans in extase: Evenepoel onthult langverwacht droomplan
Wielrennen loopt achterPloegen zijn dezer dagen immers nog steeds bijzonder afhankelijk – lees: ze staan of vallen – met sponsorcontracten. In elke sport belangrijk, maar bij bijvoorbeeld voetbal of basketbal – de sport die Van Aert zelf wist aan te halen – zijn er veel meer bronnen van inkomsten.
De Kempenaar zou dit ook graag in de koers zien gebeuren, zo zegt hij bij De Tijd: “Ik denk dat die fragiliteit er veel minder zou zijn als er naast sponsorinkomsten ook inkomsten van de sport zelf zouden komen. Van tv-rechten bijvoorbeeld, of andere organisaties”, klinkt het.
Of inkomgelden voor supporters die naar de koers komen: “In het wielrennen zijn we misschien iets te veel gefocust op de charme en het volkse. Als je 5 euro inkomgeld vraagt, wil dat niet zeggen dat het niet meer volks is. Het veldrijden vraagt ook toegangsgeld, en iets volksers bestaat niet.”

Fout businessmodel
Die precaire financiële situatie trekt zich door over gans het wielrennen. Zo maakt Van Aert duidelijk met een voorbeeld: “Een grote koers als de Ronde of de Tour staat of valt met ons, de renners en ploegen die komen meedoen. Maar wij krijgen als ploeg niet eens een vergoeding die volstaat om de kosten van die deelname te dekken. Dat lijkt me nochtans een minimum. De koek kan eerlijker verdeeld worden.”
En er komen dan intussen wel grote sponsors opduiken als Emirates, Red Bull of Lidl, maar dat blijft dan een inkomstenbron voor afzonderlijke ploegen. De rest van het peloton valt naast de boot: “Op die manier halen de ploegen die het moeilijk hebben er nog altijd geen voordeel uit en wordt de kloof alleen groter. Het gaat om het hele inkomstenmodel”, besluit Van Aert.
Kevin De Jonghe