Het werd voor Remco Evenepoel afgelopen seizoen een bijzondere rollercoaster. Van het diepste dal naar (opnieuw) de hoogste toppen, het zal er allemaal in. En dat hij diep heeft gezeten vorige winter, dat mag wel helemaal duidelijk worden in zijn openbaring tegenover Het Nieuwsblad.
LEES OOK: 'Komst Evenepoel dwingt ploegmakker tot bliksemvertrek'
Een zwarte periodeDaar blikt Evenepoel immers terug op die donkere periode na zijn ongeval met de wagen van Bpost, waar hij verschillende breuken bij opliep. Echter bleek al snel dat er in zijn schouderblad ook pezen en spieren werden geraakt, een blessure waar de tweevoudige olympische kampioen tot op de dag van vandaag nog steeds mee sukkelt.
Het zorgde voor een enorme terugval, zowel fysiek als mentaal. “Het hakte er hard in”, verwoordt Evenepoel het. “Alle collega’s begonnen te trainen, terwijl ik acht weken aan de kant stond net toen ik wilde herbeginnen na vijf weken vakantie. Het proces ging traag en duurde lang.”
Zo zeer zelfs dat hij begon te twijfelen aan zijn toekomst als renner, ook al kwam hij dan net uit een absolute topzomer met onder meer een derde plaats in de Tour de France, en twee gouden plakken op de Olympische Spelen in Parijs. “Ik had echt het gevoel: als het nu niet meer goed komt, dan ben ik klaar om te stoppen.”

Depressie (nabij)
Het mentale aspect speelde dus duidelijk zijn rol, iets waar Evenepoel nog dieper op ingaat. Het woord depressie viel eerder al eens bij zijn mecanicien en neef Dario Kloeck, Remco bevestigt dat het dat wel ongeveer was: “Dat is iets wat je op het moment niet zo ervaart. Maar als ik er nu op terugkijk, denk ik wel dat ik richting een depressie ging of er al in zat”, zegt hij.
“Ik bleef de hele dag in mijn zetel zitten. Als iemand mij een bericht stuurde, had ik het gevoel dat ze mij lastigvielen of moeiden. Terwijl dat allemaal goed bedoeld was. Als mensen belden, nam ik niet meer op. Behalve dan voor Dario of mama en papa.”
Echter wist Evenepoel het tij dan toch te keren, met dank aan de geliefden rondom hem: “Ik begon me af te zonderen en me steeds minder aan te trekken van anderen. Maar gelukkig is dat beetje per beetje beter geworden zodra ik kon beginnen revalideren, bewegen en buiten gaan wandelen.”
Kevin De Jonghe