De weg naar de klassiekers was voor Mads Pedersen allesbehalve vanzelfsprekend. De Deen kreeg dit voorjaar klap na klap te verwerken, maar reageerde op zijn eigen manier: door nóg harder te trainen. Volgens zijn coach Mattias Reck ging Pedersen daarbij zelfs tot het uiterste.
LEES OOK: Giro: Volgende ploeg maakt volledige selectie bekend
Terugvechten na zware blessureBegin februari ging het al mis in de Ronde van Valencia. Pedersen kwam ten val en brak zijn pols én sleutelbeen. Een flinke streep door de rekening, maar lang bleef hij niet aan de kant.
Op trainingskamp in Mallorca werkte hij zich razendsnel terug richting koersniveau. “Tachtig uur in twee weken”, aldus Reck in de podcast Half Wheeling. Een cijfer dat zelfs binnen het profpeloton wenkbrauwen doet fronsen. Opvallend: een groot deel van die trainingsarbeid gebeurde aanvankelijk nog op de rollen, inclusief intensieve intervalblokken.

Absurd blok richting Vlaanderen
Alsof dat nog niet genoeg was, volgde in aanloop naar de Ronde van Vlaanderen een trainingsweek die volgens zijn coach “krankzinnig” genoemd mag worden.
Na ziekte en opnieuw een valpartij besloot Pedersen alles op alles te zetten. Vijf uur trainen met intervallen, zeven uur daags nadien – inclusief koerssimulatie – en nog eens vijf uur de dag erna. Zelfs op de vooravond van de Ronde hield hij de benen scherp met een stevige training.
“Don’t try this at home”, waarschuwt Reck. Voor de meeste renners zou zo’n aanpak nefast zijn, zeker na ziekte en een crash. Maar Pedersen blijkt een uitzondering.
Mentale klik
De extreme trainingsarbeid had niet alleen een fysieke, maar vooral een mentale reden. De opeenstapeling van tegenslagen vroeg om een reactie.
“Het was een beetje een gok”, geeft Reck toe. “Maar mentaal had hij het nodig om meer te doen dan ooit.” Die aanpak wierp zijn vruchten af: Pedersen presteerde beter dan verwacht in Dwars door Vlaanderen en groeide richting een sterke vijfde plaats in de Ronde.

Een uitzonderlijk profiel
Volgens Reck ligt de sleutel in het uitzonderlijke profiel van zijn renner. Pedersen kan enorme trainingsvolumes aan en beschikt over een indrukwekkend herstelvermogen.
“Als hij te weinig traint, zie je dat meteen terug in zijn waarden”, legt de coach uit. Jaarlijks klokt hij tussen de 1100 en 1200 trainingsuren, cijfers die enkel voor de absolute top zijn weggelegd.
Het verklaart waarom Pedersen, ondanks alle tegenslagen, toch weer op niveau stond toen het écht moest. Niet door voorzichtig te zijn, maar door het tegenovergestelde te doen: alles oprekken tot de limiet en daar nog net overheen gaan.
WN Redactie