Met twee ritzeges van Tim Merlier en een knappe derde plaats van Jasper Stuyven in Parijs-Roubaix wist Soudal Quick-Step zijn voorjaar alsnog kleur te geven. Achter de schermen staat er echter een belangrijke verandering op til richting 2027: fietsconstructeur Specialized zal de ploeg verlaten.
LEES OOK: Onwaarschijnlijk: Merlier verbaast iedereen na meesterwerk
Einde van een tijdperkVolgens de doorgaans goed geïnformeerde journalist Daniel Benson loopt de samenwerking tussen beide partijen op zijn einde. Specialized is al sinds 2012 de vaste fietsleverancier van Quick-Step en geniet een uitstekende reputatie binnen het peloton. Het huidige contract loopt eind 2026 af en zou, volgens ingewijden, niet worden verlengd.
Daarmee komt er een einde aan een succesvolle samenwerking van meer dan tien jaar. Het nakende vertrek van Remco Evenepoel zou daarbij een rol spelen. De wereldkampioen heeft immers een persoonlijke overeenkomst met Specialized, dat ook fietsen levert aan Red Bull-Bora Hansgrohe.
Intussen lijkt Quick-Step niet bij de pakken te blijven zitten. Volgens dezelfde bronnen staat Merida klaar om het stokje over te nemen. Het merk zou zo zijn terugkeer maken in het peloton na enkele jaren afwezigheid. Er wordt gesproken over een overeenkomst van drie tot vier seizoenen, waarbij ook de vrouwenploeg van AG Insurance-Soudal op Merida-fietsen zou gaan rijden.

Geen verrassing
Het afscheid van Specialized komt niet helemaal als een verrassing. Begin dit jaar doken al geruchten op, die CEO Jurgen Fore toen tussen de lijnen door wist te bevestigen.
“De realiteit is dat ons contract eind 2026 afloopt. Indien er een mogelijkheid is, willen wij zeker met hen verder werken,” klonk het in januari. Tegelijk gaf hij aan dat er interesse was van andere fietssponsors en dat de ploeg alle opties zorgvuldig zou afwegen.
“Als we verder kunnen met Specialized, graag. Zo niet, willen we opnieuw samenwerken met een sterke partner die met ons kan ontwikkelen. Ik denk dat Specialized graag met ons werkt, maar er is ook een economische realiteit.”
Kevin De Jonghe