Sommige momenten blijven zelfs jaren later nog op het netvlies gebrand. Quinn Simmons heeft zo’n herinnering overgehouden aan de Tour de France van 2022, waarin hij plots oog in oog kwam te staan met de buitenaardse klasse van Wout van Aert. In de podcast Watts Occurring haalde de Amerikaan het verhaal opnieuw boven.
LEES OOK: Extra clash tussen Van Aert en Van der Poel? "Kans is groot"
Samen ten aanvalVan Aert kende dat jaar een droomstart in de Tour. Met drie tweede plaatsen en een overwinning in Calais reed hij al vroeg in het geel. Maar in de zesde etappe richting Longwy, een slopende rit van 220 kilometer, bleek de finale net iets te zwaar om mee te sprinten met de echte punchers.
In plaats van te overleven, koos Van Aert voor een ander plan. Hij trok in de aanval en kreeg Simmons mee, toen pas 21 jaar oud en bezig aan zijn allereerste Tour de France. Wat volgde, maakte diepe indruk op de jonge Amerikaan. “Het was alsof ik gewoon achter een motor reed, het was gewoon krankzinnig”, vertelt Simmons.
Vooral één moment staat nog haarscherp in zijn geheugen gegrift. Het ging licht bergop, geen muur, geen steile helling. “Van Aert zat gewoon op zijn zadel”, herinnert Simmons zich. Zelf zat hij vol op het limiet. “Ik reed op het wiel en moest 650 watt trappen, maar toch reed hij gewoon weg van me.”

Confrontatie met de absolute top
Volgens Simmons was het geen klassieke inzinking, maar wel een confronterend leermoment. “Het was niet dat ik kraakte, maar het was de eerste keer dat ik één op één voelde hoe goed de besten ter wereld zijn.” De inspanning maakte pijnlijk duidelijk hoe groot het verschil kan zijn tussen meedoen en domineren op het allerhoogste niveau.
De aanval hield uiteindelijk geen stand. Op zo’n dertig kilometer van de finish moest Simmons passen, en op elf kilometer van de streep werd ook Van Aert opnieuw ingerekend door het peloton.
Stan Strubbe