Het WK veldrijden leverde opnieuw een bekende uitslag op, maar achter de schermen klonken opvallend open woorden. Thibau Nys pakte net als vorig jaar de bronzen medaille en toonde zich na afloop op zijn persconferentie realistisch én scherp in zijn analyse. Niet alleen over zijn eigen koers, maar ook over de prestatie van de onklopbare winnaar.
LEES OOK: Thibau Nys komt met verklaring voor opmerkelijke keuze: "Paniek!"
Zilver glipt weg door regenThibau Nys stelde na de finish dat hij tevreden mocht zijn met plek drie, al zat er volgens hem meer in. “Ik denk dat ik content mag zijn met deze derde plek. Tot aan de laatste ronde had ik vertrouwen in het zilver, maar ik koos voor een lichter profiel. Dat was perfect, tot anderhalve ronde van het einde.”
Volgens Nys viel alles samen op een cruciaal moment. “Ik zette mijn move op het goede moment in en kon een gat slaan, maar dan begon het plots vol te regenen. Het was te laat om nog te wisselen en ik moest het doen met wat ik had.” De omstandigheden keerden zich plots tegen hem. “Ik verloor in elke bocht seconden. Dan weet je dat het moeilijk wordt.”
Toch probeerde de Belg het resultaat te relativeren. “Ik was graag tweede geweest, maar zoveel verschil maakt tweede of derde ook weer niet," was Nys eerlijk tegenover In De Leiderstrui.

Opvallende woorden over Van der Poel
Het meest opmerkelijke kwam echter toen Nys terugblikte op de openingsfase van de wedstrijd en zijn vergelijking met de wereldkampioen. “Er waren momenten dat ik naar voren keek en wat verrast was dat ik hem nog zag.” Vervolgens volgde een bijzonder eerlijke inschatting. “Ik ben er zeker van dat Mathieu niet zijn beste dag van het seizoen had. Misschien zelfs niet bij zijn beste vijf of tien dagen.”
Dat deed volgens Nys niets af aan de suprematie van de winnaar. “Maar hij was nog altijd de beste. Wat kun je eraan doen? It’s just a little bit too fast.” Op dit parcours, zo gaf hij toe, was het quasi onmogelijk om iets te beginnen tegen de power van Mathieu van der Poel. “Je kunt hier amper tegen zijn PK’s op.”
Stan Strubbe