Een bijzonder grote, doch zeer aangename verrassing afgelopen weekend. Want zo besliste Mathieu van der Poel in laatste instantie om tóch deel te nemen aan de Wereldbekercross in Benidorm. Ook Bart Wellens had dit niet bepaald zien aankomen. Of dan toch weer wél…
LEES OOK: Wellens haalt stevig uit richting Nys en wijst op pijnlijk werkpunt
Geen grote invloed“Ik was toch verrast dat Mathieu aan de start stond. Niet enkel ik trouwens, ook de renners”, gaat Wellens van start in zijn column bij Het Nieuwsblad. “En toch ook weer niet. We waren Mathieu deze week al een paar keer tegengekomen op training. Als je toch in de buurt bent, waarom zou je dan niet starten?”, had hij zich eerder al bedacht.
Net als Van der Poel na de wedstrijd aan wist te geven heeft een uurtje cross niet bepaald een grote invloed op zijn planning richting het WK of het voorjaar op de weg. “Dat uurtje cross kan geen kwaad”, begrijpt Wellens de beslissing.
“Akkoord, in het moderne wielrennen zijn trainers van onschatbare waarde en als die zeggen dat het niet kan, dan kan het ook niet. Mathieu heeft dus vooral zijn trainer moeten overtuigen om te mogen starten.”

Van der Poel zet de lijnen uit
De goesting was echter te groot bij Van der Poel, en als hij zich laat horen, dan wordt er geluisterd, zo weet Wellens. Dat gegeven kent hij zelf maar al te goed uit het verleden: “Als Mathieu wil starten, krijgt hij doorgaans zijn zin. Dat was vroeger, toen ik nog voor de broers Roodhooft werkte, al zo”, zegt hij.
“Toen bepaalde Mathieu wat er op training gedaan werd, hoe er getraind werd.” Intussen zijn ze bij de ploeg uiteraard steeds professioneler gaan werken, desondanks blijft de eindbeslissing bij de renner zelf liggen, zeker bij iemand met de kwaliteiten van een Van der Poel.
“Als Mathieu iets aangeeft, en als de ploegmaats dan nog een extra duwtje geven, dan is de beslissing snel genomen. Mathieu is er ook niet slechter van geworden, hé. Al kan ik je verzekeren dat die switch van weg- naar crossfiets, met bijhorende slappere tubes, niet evident is. Al viel daar bij Mathieu niets van te merken.”
Kevin De Jonghe