Na Luik-Bastenaken-Luik lijkt het klassieke voorjaar voorbij, maar met Eschborn-Frankfurt ligt er nog een interessante WorldTour-afspraak op tafel. En niet zomaar één: de Duitse eendagskoers komt dit jaar met een aangepast parcours dat het traditionele sprintscenario serieus onder druk zet.
LEES OOK: Giro: Volgende ploeg maakt volledige selectie bekend
Meer hoogtemeters, meer kansenWaar de koers in het verleden vaak eindigde in een sprint van een uitgedund peloton, lijkt dat script in 2026 minder vanzelfsprekend. Met extra kilometers én beklimmingen - goed voor zo’n 211 kilometer en 3.300 hoogtemeters - schuift de balans richting aanvallers.
De toevoeging van de Sandplacken en vooral de dubbele passage over de steile Mammolshain (2,3 km aan 8,3%) maakt een wereld van verschil. Zeker omdat die laatste klim twee keer kort na elkaar wordt afgewerkt op iets meer dan vijftig kilometer van de meet.
Dat is typisch het soort terrein waar sterke puncheurs en aanvallers hun moment kiezen.

Sleutelfase: Mammolshain als scherprechter
De koers zal in fases worden opgebouwd, maar de echte beslissing lijkt te vallen op de Mammolshain. In eerdere edities zorgde één passage al voor schifting, nu krijgen de renners er twee voorgeschoteld.
Het venijn zit hem echter in wat daarna volgt: nog zo’n 35 kilometer vlak richting Frankfurt. Dat betekent dat een aanval niet alleen kracht vereist, maar ook organisatie en timing. Wie daar solo of in een kleine groep overblijft, maakt een serieuze kans.
Sprinters onder druk
Normaal gezien zou je automatisch naar snelle mannen kijken, maar dat ligt dit jaar anders. De afwezigheid van titelverdediger Michael Matthews - nog herstellende van een zware val - opent het speelveld.
Toch zijn er nog sprinters die het kunnen overleven. Tobias Lund Andresen is misschien wel dé man in vorm. Hij bewees dit voorjaar al dat hij zowel snelheid als inhoud heeft, met zeges in onder meer de Tour Down Under en Cadel Evans Great Ocean Road Race.
Ook Magnus Cort en Corbin Strong zijn zo’n hybride types die kunnen overleven én afmaken.

Aanvallers ruiken hun kans
Het vernieuwde parcours nodigt uit tot koers maken. Dat is muziek in de oren van renners als Tom Pidcock, die gebaat is bij een zware finale zonder pure sprinters.
Pidcock liet in de Tour of the Alps al zien dat zijn vorm groeit. Hij zal er alle belang bij hebben om de koers hard te maken op de beklimmingen, om zo de sprinters te lossen.
Datzelfde geldt voor namen als Ben Tulett, Alex Baudin, Paul Lapeira en Pello Bilbao. Allemaal renners die gedijen in een slijtageslag.
Belgische en jonge troeven
Vanuit Belgisch oogpunt is het uitkijken naar Quinten Hermans, Lennert Van Eetvelt en Tim Wellens. Renners die niet alleen kunnen volgen op de hellingen, maar ook offensief durven koersen.
Daarnaast is de Fransman Axel Laurance een naam die steeds vaker opduikt in finales. Zijn combinatie van punch en snelheid maakt hem gevaarlijk in een selecte groep.

Conclusie: geen klassieke sprint meer vanzelfsprekend
De grote vraag vooraf is duidelijk: blijft er nog een sprint over?
Met de extra beklimmingen en de dubbele Mammolshain lijkt het antwoord eerder nee dan ja. De kans is groot dat een uitgedund peloton of zelfs een kleine kopgroep het onder elkaar uitmaakt. Dat maakt Eschborn-Frankfurt in 2026 plots een stuk minder voorspelbaar en een stuk interessanter.
Favorieten WielerNieuws.be
**** - Tobias Lund Andresen
*** - Corbin Strong, Tom Pidcock
** - Magnus Cort Nielsen, Laurence Pithie, Tibor Del Grosso
* - Paul Lapeira, Axel Laurance, Ben Tulett, Alex Aranburu
WN Redactie