Remco Evenepoel kende een bijzonder geslaagd debuut in de Ronde van Vlaanderen. De wereldkampioen reed naar een knappe derde plaats en mocht meteen het podium op. Toch moest hij op de sleutelmomenten zijn meerdere erkennen in Tadej Pogacar en Mathieu van der Poel.
LEES OOK: Ploeg gelooft in outsider voor De Ronde: “Niveau Pogacar-Van Der Poel"
Geflikt door PedersenOp de tweede beklimming van de Oude Kwaremont leek Evenepoel even in de problemen te komen. Hij bleef hangen in het wiel van Mads Pedersen, die zelf moest passen toen Pogacar en Wout van Aert versnelden.
Van der Poel maakte de oversteek, waarna Evenepoel – niet zonder moeite – ook probeerde aan te sluiten bij de Nederlander. Achteraf keek hij echter vooral naar Pedersen.
"Ik werd een beetje geflikt door Mads Pedersen", klonk het immers bij Sporza. "Ik dacht dat hij het wiel zou houden. Ik bleef op 30-40 meter hangen. In hun wiel had ik wat krachten kunnen sparen."

Een ongelijke strijd
Evenepoel moest even een gaatje laten, maar toonde veerkracht en keerde terug tot bij Pogacar en Van der Poel. Op de Paterberg nam hij vervolgens zelf het initiatief, in de hoop het koersverloop naar zijn hand te zetten.
"Ik dacht dat als ik de leiding zou pakken, dat ze achter me zouden blijven en dat we dan met z'n drieën zouden wegrijden", was het doel van Evenepoel. "Maar dat was Tadej niet van plan. Dan was het gedaan voor mij."
Vanaf dat moment werd het een ongelijke strijd. Evenepoel moest het alleen opnemen tegen twee absolute toppers die perfect samenwerkten. "Het was echt verschrikkelijk om op die afstand te blijven, zeker omdat zij met zijn tweeën waren en ik maar alleen."
"Ik had het gevoel dat ik telkens korter kwam, maar dan gaf Tadej me de doodsteek net voor de Steenbeekdries. Het was bewust van hem om me niet te laten terugkeren”, besloot hij tegenover Sporza.
Kevin De Jonghe