Emiel Verstrynge werkt deze week met Tirreno-Adriatico zijn eerste grote rittenkoers van het seizoen af. Voor de 24-jarige West-Vlaming vormt de Italiaanse wedstrijd een belangrijke stap richting zijn debuut in Milaan-San Remo. De renner van Alpecin-Premier Tech krijgt daarbij de kans om zich te ontwikkelen aan de zijde van kopman Mathieu van der Poel.
Voor Verstrynge betekent het een nieuwe ervaring. In Tirreno-Adriatico rijdt hij voor het eerst in een koers waar alles in dienst staat van een uitgesproken favoriet.
“Met Mathieu hebben we iemand mee waarvan je weet dat hij altijd meedoet voor de prijzen”, vertelde Verstrynge vooraf over zijn kopman die inmiddels zelfs al won in Italië. “Dat is een heel andere insteek dan in de andere klassiekers die ik al heb gereden. Zeker Milaan-San Remo is bijzonder. Dat is een koers waar je als klein manneke naar keek op televisie, en nu mag je daar starten met een van de topfavorieten.”
LEES OOK: Van Aert krijgt lof: "Wout deed geweldig werk"
Bewuste keuze om crossseizoen te verkortenOm zich beter op het wegseizoen te kunnen richten, besloot Verstrynge deze winter zijn veldritcampagne al half januari af te sluiten. Een keuze die niet vanzelfsprekend was voor iemand die jarenlang een vaste waarde was in het veld.
“In het begin kijk je nog naar die crossen en dan knaagt het wel een beetje”, geeft hij toe. “Maar ik besef ook dat je keuzes moet maken. Vorig jaar had ik maar drie weken om me op de weg voor te bereiden. Nu had ik zeven weken, en dat maakt een enorm verschil.”

Volgens Verstrynge voelde hij dat meteen in de trainingen. “Ik kon gerichter werken en op de juiste intensiteit trainen. Het was nog altijd een korte periode, maar wel veel beter dan vorig jaar. Ik heb absoluut geen spijt van die keuze.”
Leren op het hoogste niveau
De beslissing om het veldrijden vroeger af te sluiten hangt ook samen met zijn groei op de weg. Verstrynge rijdt tegenwoordig bijna uitsluitend wedstrijden op het hoogste niveau.
“Het WK veldrijden rijden is me nooit verboden geweest”, legt hij uit. “Maar als je in dat soort wedstrijden op niveau wil presteren, moet je daar echt volledig voor trainen. Dat heb ik vorig jaar zelf ervaren. Dan moet je gewoon de ideale voorbereiding kiezen.”
In Strade Bianche leek er even een kans te liggen om zelf een rol te spelen in de finale, maar een lekke band op een slecht moment gooide roet in het eten.
Minder druk binnen Alpecin-Premier Tech
Toch kijkt Verstrynge met vertrouwen naar de komende maanden. Vooral in de Ardennenklassiekers, waar hij vorig jaar al veertiende werd in Luik-Bastenaken-Luik, liggen er kansen.
“Wij beseffen dat we een unieke kans krijgen”, zegt hij. “Met Mathieu en Jasper Philipsen hebben we renners die veel druk wegnemen. Daardoor kunnen wij met minder spanning naar onze koersen trekken.”
Dat geeft hem ruimte om zich verder te ontwikkelen. “We kunnen ons uitleven zonder dat er enorme druk op staat.”
Met meer vertrouwen naar de klassiekers
Na zijn eerste grote ronde merkte Verstrynge dat hij als renner stappen had gezet, al wilde hij dat aanvankelijk niet te snel uitspreken.
“Tijdens de winter voelde ik wel dat ik vooruitgang had geboekt”, zegt hij. “En ik hoop dat de komende weken ook te laten zien.”
Die ervaring zorgt er ook voor dat hij rustiger naar de wedstrijden toeleeft. “Je weet ondertussen beter wat je kunt verwachten. Daardoor ga je automatisch met meer vertrouwen naar die koersen toe.”
WN Redactie