Remco Evenepoel heeft zijn uitstekende vorm nogmaals onderstreept door ook de vierde etappe van de Ronde van Valencia te winnen. Op de slotklim van de dag reed hij zijn concurrenten op indrukwekkende wijze uit het wiel. Met nog slechts een korte, vlakke rit voor de boeg lijkt de eindzege hem nauwelijks nog te kunnen ontglippen.
LEES OOK: Evenepoel moet fans stevig teleurstellen: "Niet voor 2030...”
Collectieve machtWat Evenepoel liet zien op de flanken richting de Cumbre del Sol, was pure dominantie. Alles en iedereen werd glad uit het wiel gekletst, ogenschijnlijk met speels gemak. Dat hij dit kunstje klaarspeelde zonder recht te komen, maakte de indruk alleen maar groter. Twijfel is er nauwelijks nog: Evenepoel is dé man van dit seizoensbegin.
Ook zijn ploeg Red Bull-BORA-hansgrohe liet zich van zijn sterkste kant zien. In de zware heuvelrit voerde de Duitse formatie schifting na schifting door, tot enkel de besten overbleven. De controle was totaal en gaf Evenepoel het ideale platform om toe te slaan.
Op de beslissende beklimming was het Giulio Pellizzari die met een verschroeiende tempoversnelling de laatste voorzet gaf. Evenepoel nam over, en hoe. Zijn versnelling vanuit het zadel was voldoende om meteen een kloof te slaan. Toen ook Antonio Tiberi moest lossen, was de koers in een definitieve plooi gelegd.
LA MASCLETÀ.
— Eurosport.es (@Eurosport_ES) February 7, 2026
Evenepoel revienta a Almeida, McNulty y compañía.#VCV26 pic.twitter.com/X4ef6FYHAa
Concurrentie op afstand
Pas toen de laatste aanhakers overboord waren gegaan, kwam Evenepoel voor het eerst recht op de pedalen. Op dat moment was het verschil al gemaakt en bleef het gat alleen maar groeien. Achter hem moest UAE Team Emirateserkennen dat er vandaag niets te beginnen viel tegen de Belg.
João Almeida kraakte eerst, vond daarna zijn bekende tweede adem, maar kwam geen seconde dichterbij. Aan de finish had Evenepoel 24 seconden over op Almeida en Pellizzari. Met de bonificaties erbij loopt zijn voorsprong in het klassement op tot net geen halve minuut.
Stan Strubbe