De kalender in het vrouwenwielrennen moet dringend worden uitgebreid. Dat vindt Philip Roodhooft, teammanager van zowel Fenix-Premier Tech als Alpecin-Premier Tech. Volgens de Belg staan de financiële inspanningen die ploegen tegenwoordig leveren niet meer in verhouding tot het beperkte aantal commercieel interessante wedstrijddagen.
Roodhooft beschikt met zijn mannen- en vrouwenploeg over een structuur waarin heel wat materiaal, personeel en logistieke middelen kunnen worden gedeeld. Dat levert schaalvoordelen op die formaties met uitsluitend een vrouwenploeg, zoals CANYON//SRAM en SD Worx-Protime, niet hebben.
Als voorbeeld verwijst hij naar de ijsbaden waarin zijn organisatie investeerde. Die werden eerst gebruikt tijdens de Tour de France voor mannen en konden vervolgens worden ingezet bij de vrouwen. “Als je al die investeringen in logistiek en performance alleen voor een vrouwenploeg moet doen, wordt het een duur verhaal”, legt Roodhooft uit in gesprek met Het Nieuwsblad.

Te weinig grote koersdagen
Volgens Roodhooft telt de vrouwenkalender momenteel simpelweg te weinig wedstrijden die zowel sportief als commercieel echt zwaar doorwegen. Hij wijst daarbij op de Giro, de Tour de France Femmes en een beperkt aantal belangrijke eendagswedstrijden.
“Het vrouwenseizoen telt misschien 25 tot 30 commercieel interessante dagen”, stelt hij. Ter vergelijking: alleen al een grote ronde bij de mannen duurt drie weken. De Tour de France Femmes bestaat momenteel uit negen etappes, iets wat Roodhooft nadrukkelijk te weinig vindt. “Een grote ronde bij de mannen duurt 21 dagen. Hier zijn het er slechts negen.”
Door het beperkte aanbod aan grote wedstrijden wordt het volgens hem moeilijker om de steeds grotere budgetten te verantwoorden. Ploegen investeren fors in begeleiding, materiaal en prestaties, maar krijgen daar gedurende het seizoen te weinig zichtbaarheid voor terug.
“Lonen boven elke logica”
Roodhooft ziet bovendien dat de salarissen binnen het vrouwenwielrennen snel stijgen. Door het beperkte aantal absolute toprensters ontstaat volgens hem een scheve verhouding tussen vraag en aanbod. “Er is te weinig talent om alle plaatsen in te vullen, waardoor de goede rensters overdreven worden betaald”, klinkt het scherp. Roodhooft vindt dat tegenover zulke lonen en investeringen ook een kalender moet staan die voldoende sportieve en commerciële waarde biedt.
Daar wringt momenteel de schoen. “Er zijn nog te veel wedstrijden die te weinig media-aandacht genereren om de investeringen in het vrouwenwielrennen te verantwoorden”, besluit hij. Voor Roodhooft is uitbreiding daarom geen luxe, maar een noodzakelijke volgende stap in de verdere professionalisering van de sport.
WN Redactie