Thibau Nys zag het eerste deel van zijn wegseizoen in het water vallen nadat hij enkele weken geleden onder het mes ging voor een knieblessure. Intussen is de weg naar herstel ingezet en zit hij opnieuw op de fiets. Toch blijft het voorlopig onduidelijk waar hij later dit seizoen zijn hoofddoel van zal maken.
LEES OOK: "Kan je niet zeggen": Pauwels maakt de rekening van Remco Evenepoel
Zicht op WKDe Tour de France lijkt deze zomer geen optie, terwijl de Vuelta wel tot de mogelijkheden behoort. Maar waar Nys vooral naar uitkijkt, is het WK in Montréal. Het parcours lijkt hem op het lijf geschreven, al houdt hij voorlopig nog een slag om de arm.
“Het is moeilijk om nu al over een concrete planning te praten. Alles zal afhangen van hoe ik de volgende weken en maanden doorkom. Vuelta en WK kunnen, maar dat hangt natuurlijk af van welke vorm ik in die periode heb”, blijft hij voorzichtig bij Het Nieuwsblad.
“Het WK is echt nog wel ver weg, maar tegelijk moet ik daar de komende weken wel eens over gaan praten met bondscoach Serge Pauwels”, klinkt het. Daarbij kijkt Nys al met een half oog naar het volgende veldritseizoen.
“Want wel of geen WK heeft natuurlijk ook opnieuw een impact op het crossseizoen. Zeker is dat ik heel graag naar het WK zou gaan en dat het parcours in Montréal me ook wel moet liggen.”

(Geen) rol als knecht
De concurrentie binnen de Belgische ploeg is echter groot. Met renners als Remco Evenepoel en Wout van Aert, die van het WK een uitgesproken doel hebben gemaakt, lijkt een kopmanschap voor Nys niet aan de orde. Daar is hij zelf ook realistisch in.
“In een ploeg met Remco en Wout ga ik niet het kopmanschap opeisen. Ik wil zeker voor die grote kampioenen werken, maar ik ben een renner die het moet hebben van zijn punch.” Toch ziet Nys een rol als pure helper niet meteen zitten.
“Er zijn zwart op wit jongens die als helper veel meer kwaliteiten hebben dan ik”, oordeelt hij. “Als ik meega kan je mij niet gebruiken om honderd kilometer op kop van het peloton te rijden. Daar ligt mijn ambitie niet en andere jongens zijn er gewoon veel beter in.” Aan de bondscoach om een harde knoop straks door te hakken.
Kevin De Jonghe