Het werd opnieuw geen podiumplek voor Wout van Aert in de Ronde van Vlaanderen. Onze landgenoot moest genoegen nemen met een vierde plaats, achteraf werden er nog bij hem, nog bij zijn ploeg, excuses gezocht. Echter had Grischa Niermann wel slecht nieuws voor Parijs-Roubaix.
LEES OOK: "Ik werd geflikt": Evenepoel uit frustraties over bepalend moment
Waardeverhoudingen duidelijkVan Aert moest na de wedstrijd concluderen dat hij op zijn plaats was geëindigd. “De benen spraken vandaag. Ik zat goed gepositioneerd bij het opdraaien van de Oude Kwaremont voor de tweede keer, maar ik kon uiteindelijk net niet lang genoeg volhouden. Op het einde ontplofte ik een beetje, waar ik achteraf best wel van baal.”
Hij kwam uiteindelijk bij Mads Pedersen terecht, met wie hij lang in de achtervolging bleef. “Mads en ik hebben in de achtervolging nog goed samengewerkt, waarna ik ben blijven vechten tot aan de finish. Ik ben tevreden over mijn prestatie, maar ik had op een beter resultaat gehoopt.”
Ook Niermann moest concluderen dat dit het best haalbare resultaat was. “Wout kon helaas net niet mee, maar de verhoudingen waren vandaag duidelijk. Pogacar was veruit de sterkste. Wout mag trots zijn op de wedstrijd die hij heeft gereden. Er waren er simpelweg drie sterker”, luidde het op de clubwebsite.
Evenepoel inhalen voor een podiumplaats zat er helaas net niet in. “Remco verloor op de kasseien telkens een klein beetje tijd, maar op het vlakke reden Tadej en Mathieu absoluut niet verder weg. De verhoudingen waren duidelijk”, herhaalde Niermann. “Wout kon op de laatste keer Kwaremont Mads achter hem laten en zo naar die logische vierde plek rijden.”

Ook geen zege in Roubaix?
Iedereen op zijn plaats dus, maar hoe kijken ze nu richting Roubaix, toch een andere wedstrijd? Dat mag dan nog het geval zijn, maar Niermann vreest dat meespelen voor winst ook daar lastig wordt voor Van Aert. “De verhoudingen in Parijs-Roubaix zullen wellicht dezelfde zijn, maar ik denk dat de verschillen kleiner zullen zijn”, klinkt het immers behoorlijk pessimistisch. Of is het realistisch?
Pogacar oogde immers opnieuw onaantastbaar, straks ook in Roubaix? “Ergens moeten we ook gewoon hulde brengen aan het Pogacar-tijdperk”, was er lof voor de Sloveen. “Een wedstrijd met hem erbij is voor ons niet altijd even prettig. Toch geven we de moed niet op en gaan we er volgende week opnieuw vol tegenaan.”
“Maar we zagen andermaal de twee sterkste renners aan het werk, en dat zal zondag in Roubaix wellicht opnieuw het geval zijn”, moest Niermann toch concluderen.
Kevin De Jonghe