Lotte Kopecky wist afgelopen woensdag de nul weg te vegen in Nokere Koerse, nu gaat haar blik richting Milaan-Sanremo van zaterdag. De vraag is echter of ze daar haar kansen ten volle zal kunnen verdedigen. Er heerst namelijk stevige concurrentie in eigen ploeg, ziet ook Ine Beyen.
LEES OOK: Moet Kopecky wijken bij SD Worx? " We zullen het bespreken"
Opluchting bij KopeckyEerst en vooral: de overwinning in Nokere deed bijzonder veel deugd. Zo gaf Kopecky zelf ook meteen toe, ook Beyen beseft dat hier een blok van haar been valt. "Die overwinning was misschien niet broodnodig, maar was wel meer dan welkom”, stelt ze bij Sporza.
"Dat ze vanuit Italië nog naar hier was gekomen, wil zeggen dat ze er nood aan had om even af te vinken, te voelen dat ze goed bezig is en dat alles goed loopt. Ze mag in zichzelf geloven. De vorm is zoals het moet. Iedereen mag tevreden zijn."
Er was de nodige twijfel ingeslopen bij Kopecky, die kan nu terug plaats maken voor vertrouwen. “Ze staat waar ze wilde staan”, zegt Beyen. Dat is belangrijker dan hoog van de toren te blazen. Het moet ook voor haar nog beginnen, maar ze zit op schema."

Dualiteit in Sanremo
Op naar Sanremo nu, waar er zich wel een dilemma stelt voor Kopecky. Kan ze helemaal voor eigen rekening rijden, met ook Lorena Wiebes in de ploeg? Beyen verwacht van wel. "Ze kan zich verstoppen achter Wiebes en dat moet ze meenemen als voorrecht. Als ze op het juiste moment vooraan komt en een vrije rol krijgt, dan kan dat in haar kaart spelen en kan het dit jaar anders vallen."
Tegenover Het Nieuwsblad bevestigt Beyen haar vertrouwen in Kopecky als één van de grote kanshebbers voor La Primavera. “Lotte is een van de favorieten. SD Worx heeft de luxe dat het op twee paarden kan wedden: Wiebes en Kopecky.”
Al blijft er toch nog enig voorbehoud geboden, wat dan voor Kopecky meteen een groot nadeel zou opleveren. “Geraakt Wiebes goed over de Cipressa, dan gaat Lotte weer de kaart Wiebes moeten trekken, zoals vorig jaar. Maar als Lotte op het juiste moment vooraan zit, dan zou ze zomaar zelf kunnen aanvallen.”
Kevin De Jonghe