João Almeida – tweede in de voorbije Vuelta a España – mengt zich opvallend fel in het debat rond veiligheid in het profpeloton. In de Sigma Sports-podcast legt de Portugees niet alleen de vinger op de snelle evolutie van het materiaal, maar vooral op het gedrag van zijn collega-renners. “Vooral de houding van de renners is het probleem.”
Gebrek aan respect
Volgens Almeida is er een cultuur ontstaan waarin renners nauwelijks bezig zijn met hun eigen veiligheid, laat staan die van anderen. “Ik denk dat er een gebrek aan respect is in het peloton”, zegt hij. “Mensen geven niet echt om crashes. Ze denken niet echt na over veiligheid. Dat is het gevoel dat ik heb.”
Hij ziet het zelfs buiten de koers: “Sommigen hebben gewoon totaal geen bewustzijn. Ze rijden alsof ze alleen op de weg zijn.” Almeida trekt een opmerkelijke vergelijking met één van zijn passies: autoracen. “Op het circuit ga ik met 300 kilometer per uur zonder te crashen. Waarom? Omdat ik kan remmen wanneer ik wil. Als je met 70 km/u een afdaling induikt op de fiets, probeer dan gewoon wat eerder te remmen. Dat is gezond verstand.”

“Sommigen missen basisvaardigheden"
Naast mentaliteit wijst Almeida nog een tweede oorzaak aan: het gebrek aan technische vaardigheden. “Sommige renners weten simpelweg niet wat ze doen”, stelt hij. “Als je sneller gaat door beter materiaal, heb je ook meer skills nodig. Ik denk dat een echte bochten- of afdaalcursus voor een paar jongens geen slecht idee zou zijn.”
Almeida benadrukt dat het peloton zelf veel kan verbeteren, zonder dat er direct nieuwe regels of extra neutralisaties nodig zijn. “Als je respect hebt voor elkaar en niet wilt vallen, rem je gewoon eerder. Daarna kun je nog altijd pushen als het bergop gaat. Maar dat is duidelijk niet de mentaliteit op dit moment.”
De Portugees sluit af met een boodschap die hard binnenkomt: veiligheid begint niet bij de UCI, maar bij de renners zelf.
WN Redactie