Een vijftiende plaats zal Fabio Jakobsen vroeger nauwelijks hebben beroerd, maar momenteel voelt die uitslag bijna als een kleine overwinning. De 30-jarige Nederlander maakte in de Münsterland Giro zijn debuut op profniveau voor Visma | Lease a Bike en wist zich na een zware koers opnieuw in de sprint te mengen. Na twee bijzonder moeilijke jaren overheerst daardoor vooral opluchting. "Na de Tour de France van 2024 is het niet zo heel veel meer geweest. Tot nu."
Jakobsen eindigde uiteindelijk buiten de top tien, maar kijkt daar zelf heel anders naar dan enkele jaren geleden. Waar hij vroeger alleen tevreden kon zijn met winnen, gaat het nu vooral om het bewijs dat zijn lichaam opnieuw een volledige koers aankan. "Het was denk ik goed, maar niet geweldig", analyseert hij in de NOS Wielerpodcast. "Ik ben tevreden, maar in de topsport wil je altijd meer dan tevreden. Ik heb veel moraal om door te bouwen."

LEES OOK: Fabio Jakobsen moet wat vertellen na zijn eerste Visma-koers
'Ik vond het al een hele eer dat ik mocht sprinten'Voor Jakobsen zat de grootste winst misschien al vóór de sprint. De heuvelzone vormde de voorbije jaren geregeld een probleem. Wanneer de finale eenmaal begon, waren zijn beste krachten vaak al verdwenen. In Münster wist hij ditmaal wel in de wedstrijd te blijven. "Ik was eigenlijk al heel tevreden dat ik de heuvelzone goed doorkwam. Dat is in het verleden ook weleens anders geweest."
Ook het vertrouwen vanuit Visma deed hem zichtbaar goed. Matthew Brennan hielp hem zelfs in de finale, waarna Jakobsen zijn eigen kans mocht gaan. "Ik vond het al een hele eer dat de keuze werd gemaakt dat ik mocht sprinten."
Daarmee voelde zijn eerste profwedstrijd voor Visma ook meteen anders dan simpelweg opnieuw koersritme opdoen. "Het laat zien dat ze me bij Visma | Lease a Bike echt de kans geven. Het was niet zomaar meefietsen: sprint maar mee."
'Mijn sprint is op WorldTour-winnend niveau'
Aan zijn pure snelheid twijfelt Jakobsen zelf eigenlijk niet. In trainingen ziet hij nog altijd waardes die volgens hem vergelijkbaar zijn met de periode waarin hij tot de beste sprinters ter wereld behoorde. Het probleem zit ergens anders. "Mijn sprint is op WorldTour-winnend niveau vergeleken met wat andere renners doen, maar je moet dat wel aan het einde van een wedstrijd kunnen."
En precies daarin ging het de voorbije jaren mis. "Dat heb ik de laatste twee of drie jaar niet gekund."
Visma probeert hem daarom niet uitsluitend opnieuw sneller te maken. Integendeel: de ploeg wil van Jakobsen juist "iets meer duurrenner, iets meer wielrenner" maken.
Dat klinkt misschien vreemd bij een pure sprinter, maar voor Jakobsen is het logisch. Zijn topsnelheid is er nog. Hij moet alleen opnieuw leren die na vier of vijf uur koers te kunnen gebruiken. "Het sprintje is er, als ik fris ben. Dat is allemaal meetbaar in training. Maar dat is nog geen koers."
Jakobsen wil trainingsaanpak nóg extremer maken
Ook in Münster merkte hij dat er nog een gat zit tussen goed zijn en daadwerkelijk opnieuw winnen. "Ik kom nu in de laatste kilometer en zit dan net aan de limiet."
Daar moet de komende winter vooral aan worden gewerkt. Meer duurtraining, meer intervalwerk en ook meer bergop rijden. "In de breedte moet er toch nog wat meer overschot zijn. Misschien toch nog net iets meer duurtraining, net iets meer intervalsessies."
Jakobsen sluit zelfs niet uit dat de aanpak nog verder wordt doorgedreven. "Misschien moet het richting de winter nog wel wat extremer."
Voor een renner die jarenlang vooral bekendstond om zijn explosiviteit en pure sprintvermogen is dat een opvallende omschakeling. Maar Jakobsen lijkt inmiddels volledig overtuigd van die nieuwe route.
'Voor veel mensen is vijftiende niks'
Juist daarom raakte die vijftiende plek hem meer dan buitenstaanders misschien zullen begrijpen. "Misschien is vijftiende voor veel mensen net niks", beseft hij.
Voor Jakobsen zelf vertelt die uitslag echter het verhaal van de afgelopen jaren. Zijn laatste overwinning dateert inmiddels van ruim tweeënhalf jaar geleden, uit de Ronde van Turkije. De laatste periode waarin hij zich op echt hoog niveau met de sprinters kon meten, ligt eveneens al ver achter hem. "Mijn laatste fatsoenlijke sprints waren in de Tour de France van 2024. Daarna is het niet zo heel veel meer geweest. Tot nu."
Die laatste twee woorden zeggen misschien wel het meest.
Want waar stoppen eerder dit jaar zelfs serieus door zijn hoofd speelde, durft Jakobsen inmiddels alweer vooruit te kijken. "Ik heb er vooral enorm veel zin in."

Zelfs WK-droom duikt voorzichtig weer op
De Nederlander hoopt nog ongeveer vijf jaar mee te kunnen op WorldTour-niveau. Eerst wacht de Tour of Guangxi en daarna wil hij een groot deel van de winter in Spanje doorbrengen. Daar moeten vooral zijn duurvermogen en klimcapaciteiten verder worden aangescherpt. "Dat zal altijd mijn zwakste schakel blijven en dat moet ik beperken. Zeker als ik vaker mee wil sprinten, moet dat beter."
En stiekem durft Jakobsen zelfs alweer heel ver vooruit te kijken. Toen hem werd gevraagd wat er nog op zijn bingokaart staat, kwam het WK van 2028 in Abu Dhabi ter sprake. Een parcours waarop de sprinters normaal gesproken kansen krijgen. Jakobsen begon te glimlachen. "Je mag altijd dromen. En wie weet, als ik stappen blijf zetten, dan zijn er in 2028 weer kansen."
Voorlopig gaat het echter nog niet om regenboogtruien of grote overwinningen. Eerst moet Jakobsen opnieuw structureel finales gaan rijden. Maar na twee jaar vol tegenslag voelt een vijftiende plek plots als precies wat hij nodig had. "Tot nu", zei hij zelf. En misschien is dat inderdaad het begin van een heel ander verhaal.
WN Redactie