De Belgische ploeg had het EK bijna de hele dag stevig in handen, maar uitgerekend in de laatste meters sloeg de twijfel toe. Vanuit de volgwagen zag bondscoach Serge Pauwels hoe Giulio Ciccone plots een kloof sloeg op Remco Evenepoel. Even later veranderde de stress alsnog in een groot feest.
LEES OOK: Wat zei de bondscoach in de slotfase tegen Evenepoel? Pauwels onthult
Even schrikken in de volgwagenEvenepoel leek op weg naar een comfortabele uitgangspositie, tot Ciccone hem in de laatste bocht verraste. De Italiaan begon met een kleine voorsprong aan de sprint en bij de Belgische begeleiding werd even gevreesd dat al het werk voor niets was geweest.
“We konden zien dat het er niet goed uitzag. We klopten al op ons stuur, maar dan had hij nog een fenomenale jump in huis. Ik ben heel fier op het volledige team.”
Dat team had volgens Pauwels precies uitgevoerd wat vooraf was afgesproken. Sander De Pestel nam het eerste deel van de wedstrijd voor zijn rekening, waarna Quinten Hermans en Louis Vervaeke hun rol speelden. “Dat was perfect.”
Het Belgische plan draaide vervolgens helemaal rond de vierde ronde. Daar moest Evenepoel zelf in actie komen. “Daar zou Remco zijn move maken. De blik die hij onderweg gaf, zei al heel veel. Zijn val was geen deel van het plan, maar het was wel voorzien dat hij het ofwel alleen ofwel in de sprint zou afmaken.”

België durfde koers te controleren
Pauwels zag zijn ploeg ook bewust veel verantwoordelijkheid nemen. “We wilden de koers in handen nemen en dat blijven doen, omdat Pedersen een van de gevaarlijkste klanten was. Het was niet eenvoudig om na vorige week hier terug met het volste vertrouwen te komen om dat te doen, want als het niet zou lukken, zou er opnieuw kritiek komen.”
Het risico betaalde zich uiteindelijk uit. Evenepoel hield Ciccone met enkele centimeters achter zich en bezorgde België de Europese titel. Pauwels kon dan ook tevreden terugkijken op de manier waarop zijn ploeg de wedstrijd had aangepakt. “We hebben de hele koers in een wurggreep genomen en het mooi afgemaakt.”
Stan Strubbe