Het werd uiteindelijk een bijzonder glorierijk voorjaar voor Wout van Aert, uiteraard grotendeels te danken aan zijn overwinning in Parijs-Roubaix. Daar zaten de omstandigheden hem wel wat mee, getuigt hij nu ook zelf.
LEES OOK: Groot respect: Van Aert moet absoluut wat kwijt over Van der Poel
Geluk aan de zijdeEchter was Van Aert – tot dan weliswaar zonder zege – sowieso bezig aan een sterk voorjaar. Had hij dit mogelijk te danken aan zijn ziekte in de Openingsweekend, waardoor hij de weken erna extra scherp stond? Die theorie wil de Kempenaar toch eerder weerleggen.
“Ik was na die buikgriep inderdaad extreem licht, maar voelde me ook zeker niet sterk op dat moment. Dat griepje heeft me uiteindelijk niet tegengewerkt, maar ook niet geholpen”, oordeelt Van Aert bij Het Nieuwsblad.
In Roubaix viel dan werkelijk alles in zijn plooi, met ook stevige pech voor Van der Poel. Van Aert bekent dat dit in zijn voordeel heeft gewerkt. “Het ligt ook gewoon aan de omstandigheden (van de wedstrijd, nvdr). Mathieu had natuurlijk pech – wat ik achteraf maar heb meegekregen – en dat bepaalt een groot deel van de wedstrijd”, gaf hij toe.

Details beslissen
Na alle tegenspoed viel het dubbeltje deze keer dus aan Van Aerts kan, al heeft hij het uiteraard gewoon grotendeels aan zichzelf te danken. “Mijn niveau was objectief gezien iets beter dan vorig jaar, toen ik nog kampte met de pech van het seizoen voordien.”
“Maar ook toen was ik in elke klassieker constant aanwezig”, weet Van Aert. “Als ik mijn niveau haal, hoor ik daar thuis en dan hangt het van kleine dingen af of ik Pogacar en Van der Poel een keer kan kloppen.”
“Er is niet altijd een lijn in te trekken”, besluit hij. “Dit jaar had ik door mijn enkelblessure niet kunnen trainen op sprinten en sprintte ik in Roubaix heel goed. Andere jaren focus je er wel bewust op en loopt het in de sprint net verkeerd.”
Kevin De Jonghe