Legendes

Lance Armstrong

Lance Armstrong zal waarschijnlijk nooit de grootste tourlegende worden. Daarvoor was de Amerikaan te controversieel en reed hij altijd iets te berekend. Toch heeft hij het mooiste tourpalmares. Hij behaalde tussen 1999 en 2005 won hij de Tour de France maar liefst zeven maal op rij.

Toch zag het er in het begin van zijn carrière niet naar uit dat Armstrong ooit de Tour zou winnen. Zijn eerste jaren was hij immers vooral succesvol als klassiek renner. In 1993 behaalde hij al meteen één van zijn grootste successen. Hij won als 22-jarige meteen het wereldkampioenschap in Oslo. De volgende jaren zou hij ook nog de Clasica San Sebastian en de Waalse Pijl winnen. In 1995 won Lance wel al zijn eerste tourrit, twee dagen na het overlijden van zijn teammaat Fabio Casartelli.

Eind 1996 zou het leven van Armstrong dan een dramatische wending nemen. De dokters stelden teelbalkanker vast met uitzaaiingen naar de longen en de hersenen. Het enige gevecht dat Armstrong nog moest leveren, was dat om te overleven. Gelukkig won hij dat moeizame gevecht en kon hij geleidelijk aan terug beginnen trainen. In 1998 keerde hij dan terug in het peloton. Na een moeizame start werd hij op het einde van dat jaar toch nog knap vierde in de Vuelta.

Die vierde plaats was voor Johan Bruyneel het sein om van Lance zijn kopman voor de Tour te maken. In de Tour van 1999 won Armstrong als outsider meteen de proloog en de eerste tijdrit. In de eerste bergrit naar Sestrière reed hij de tegenstand helemaal kapot en legde zo de basis voor zijn eerste eindzege. In 2000 kreeg hij er de concurrentie bij van Ullrich en Pantani, maar toch behaalde hij vrijwel moeiteloos zijn tweede eindzege met een voorsprong van meer dan zes minuten.

Van de Tour 2001 herinneren we ons vooral de komedie op weg naar Alpe d’Huez. Armstrong veinsde onderweg een slechte dag om dan aan de voet van de slotklim Ullrich en de andere concurrenten achter te laten. Armstrong zou in die Tour vier etappes winnen. In de Tour van 2002 kende hij ook geen problemen. Ullrich ontbrak en Joseba Beloki vormde ook nooit een gevaar voor de Amerikaan. Dat jaar wint hij opnieuw vier ritten.

In 2003 toont ook Armstrong dat hij niet onoverwinnelijk is. Wegens privé-problemen kwam hij niet optimaal voorbereid aan de start. Beloki leek zijn grootste concurrent te zullen worden, maar na een doodsmak in de afdaling brak hij zijn dijbeen en was zijn Tour over. Ullrich en Vinokourov probeerden wel nog, maar zij konden de Amerikaan niet meer bedreigen.

Armstrong had duidelijk zijn lesje geleerd en bereidde zich maniakaal voor om alleen recordhouder te worden. De Tour van 2004 werd dan ook zijn beste. Hij liet niets achter voor zijn concurrenten en zou in totaal zes etappes winnen en eindigen met een grote voorsprong. Voor de Tour van 2005 kondigde Armstrong al aan dat dit zijn laatste wedstrijd zou worden. In zijn laatste Tour kwam hij echter nooit in de problemen. Het sterke ploegwerk zorgde ervoor dat Armstrong niet te veel zelf moest doen in de bergen. Het verschil werd dan gemaakt in de tijdritten. Zo won Armstrong op een berekende manier zijn zevende en laatste Tour.

Zeven tourzeges en toch was Lance Armstrong ook niet de lieveling van het publiek. Vooral bij de Fransen kon de Amerikaan op steeds minder steun rekenen. De vele dopinginsinuaties vanuit Franse hoek zullen daar ook wel veel mee te maken hebben. Het was wel duidelijk dat Lance op het eind van zijn carrière ook het plezier van het koersen niet meer terugvond in Frankrijk. Lance Armstrong zal waarschijnlijk de geschiedenis ingaan als de renner met de zeven eindzeges, maar een echte legende is hij evenwel (nog) niet.


 

Tom Simpson

Tom Simpson werd geboren op 30 november 1937 in Haswell, in het graafschap Yorkshire. Zijn vader is mijnwerker, Tom heeft vier zussen en nog een broer, Harry. De jonge Tom volgt een opleiding als technisch tekenaar. Yorkshire is voor Engeland wat Bretagne voor Frankrijk is: een onuitputtelijke bron voor wielrenners. In 1953, op 16-jarige leeftijd zet hij zijn eerste stappen in de wielersport.

Zijn eerste wapenfeit dadeert van in 1956 toen hij met de Engelse ploeg brons veroverde in de ploegenachtervolging op de Olympische Spelen in het Australische Melbourne. Omdat er in Engeland geen toekomst is weggelegd als profrenner steekt Tom in 1959 de plas over en vestigt zich in het Franse Saint-Brieuc, waar hij zijn later vrouw Helen leerde kennen. Nadien verhuisden de Simpson naar Mariakerke bij Gent. In 1961 behaalde Tom zijn eerste grote overwinning, de Ronde van Vlaanderen. In 1963 en 1964 zouden respectievelijk Bordeaux-Parijs en Milaan-SanRemo volgen.

De kroon op zijn werk zet Tom op het Lasarte-circuit te San Sebastian in 1965, waar hij wereldkampioen op de weg wordt, na een spannende sprint tegen de Duitser Rudi Altig. Hij is de eerste Britse wereldkampioen op de weg. Datzelfde jaar won hij ook de Ronde van Lombardije en wordt hij in Engeland uitgeroepen tot “sportman van het jaar”. Als wereldkampioen slaat het noodlot een eerste keer toe, wanneer Tom tijdens een skivakantie zijn been breekt en zijn voorseizoen dus in het teken stond van een lange revalidatie. Tom start als wereldkampioen in de Tour van 1966, wanneer het noodlot opnieuw toeslaat. In de Alpenrit over de Galibier slaat Tom tweemaal tegen het asfalt. Tom loopt een diepe wond op aan zijn rechterarm en geeft er vervolgens de brui aan. In het voorjaar van 1967 wint Simpson Parijs-Nice. Het zou zijn allerlaatste overwinning blijven want in de zomer van dat jaar gebeurde het tragische. Het is 13 juli 1967. De dertiende Touretappe tussen Marseille en Carpentras. Een op het eerste zicht doodgewone bergrit, ware het niet dat het die dag bloedheet is.

Op de Mont Ventoux rijdt een selecte kopgroep bestaande uit Tom Simpson, Jan Janssen, Julio Jimenez, Raymond Poulidor en Felice Gimondi. Op enkele kilometers voor de top moet Simpson lossen. Tom zwalpt over de weg en wordt door andere renners ingelopen, totdat hij totaal instort en van zijn fiets tuimelt. Hij wordt nog terug op zijn fiets geholpen door Alec Taylor, de ploegleider van de Engelse ploeg, en door de mecanicien, Harry Hall. Op 3 kilometer van de top valt Tom definitief op het wegdek. Pogingen om hem te reanimeren mislukken. Simpson wordt in allerijl overgevlogen naar het ziekenhuis van Avignon waar hij om 17.40 uur overlijdt. Over de preciese oorzaak van zijn overlijden deden heel wat wilde verhalen de ronde. Vooral de roddel dat Tom voor de beklimming in Bedoin nog een café bezocht zou hebben om een of meerdere cognacjes tot zich te nemen wordt vaak genoemd. In het officiële communiqué, ondertekend door Tourdokter Dumas, stond dat Simpson overleed ten gevolge van de extreme hitte, oververmoeidheid, alcoholgebruik( Simpson had van toeschouwers langs de kant wijn toegereikt gekregen) én amfetaminegebruik. Als eerbetoon aan de overleden Simpson mag de volgende dag zijn ploegmakker Barry Hoban de etappe winnen. Hoban zou later met de weduwe van Simpson trouwen. In de winter van 1968 wordt op de plaats waar Tom gestorven is een gedenkteken onthuld.

Ploegen:
1959: Saint - Raphael - R. Geminiani (Frankrijk)
1960: Rapha - Gitane - Dunlop (Frankrijk)
1961: Rapha - Gitane - Dunlop (Frankrijk)
1962: Gitane - Leroux (Frankrijk)
1963: Peugeot - BP (Frankrijk)
1964: Peugeot - BP (Frankrijk)
1965: Peugeot - BP - Michelin (Frankrijk)
1966: Peugeot - BP - Michelin (Frankrijk)
1967: Peugeot - BP - Michelin (Frankrijk)

> Bekijk de laatste meters van Tom Simpson. Klik hier

Sean Kelly

Sean Kelly werd geboren op 14 mei 1956 in het dorpje Carrick-on-Suir (Ierland) en was de derde van de vier gebroeders Kelly. Allen waren ze tewerkgesteld op de familieboerderij. Alleen Sean sloeg een andere weg in en zou één van de beste en meest succesvolle wielrenners in de jaren '80 worden. De jonge Sean werd lid van de plaatselijke wielervereniging en was bijzonder succesvol. Kelly werd opgemerkt door een Franse coach en kreeg de kans om naar Metz in Frankrijk te trekken waar hij kon trainen en koersen zoveel hij maar wilde. Helaas kreeg Sean heimwee en keerde terug naar zijn vaderland. Kelly’s verblijf in Frankrijk was echter niet onopgemerkt voorbij gegaan, de amateurwielrenners uit de streek van Besançon, die versteld stonden van de topsnelheid van de Ier, hadden verslag uitgebracht over zijn kunnen aan Jean de Gribaldy, een bekend ploegleider die een neus had voor talent.  In 1976 vloog de Gribaldy naar Ierland.

De Gribaldy ging naar het kleine Ierse dorpje Carrick-on-Suir en vond daar de boerderij van de familie Kelly. Sean Kelly kreeg een contract aangeboden en ging daarop in. Zo verhuisde hij naar het koude Noord-Frankrijk en leefde daar voortaan in een klein appartementje. Er was zowel geen water als verwarming in zijn nieuwe woning. Hij werd profrenner in 1977 bij Flandria waar hij ploegmakker werd van o.a. Freddy Maertens, Michel Pollentier en Marc Demeyer.

Hij behaalde dat jaar zijn eerste profzege, een ritoverwinning in de Ronde van Romandië. Kelly begon zijn rijke wielercarrière als een sterk sprinter en voegde de grootste klassiekers aan zijn palmares toe, sommige won hij zelfs meerdere keren: Parijs-Roubaix (1984 en 1986), Ronde van Lombardije (1983, 1985 en 1991), Milaan-Sanremo (1986 en 1992), Luik-Bastenaken-Luik (1984 en 1989) en Parijs-Tours (1984). Enkel de Ronde van Vlaanderen wist hij niet te winnen, al was hij er wel enkele keren dichtbij.

Hij deed het ook briljant in de etappewedstrijden: Naast ontelbare ritoverwinningen in diverse rittenkoersen behaalde hij ook enkele eindzeges. Parijs-Nice won hij maar liefst zeven keer waarmee hij de absolute recordhouder is. Ook de Vuelta (1988) en de Ronde van Zwitserland (1983 en 1990) zette hij op zijn erelijst. De Tour won hij, in tegenstelling tot zijn landgenoot Stephen Roche, nooit. Daarvoor was Kelly te beperkt in het hooggebergte. Wel won hij vier keer de groene trui en behaalde hij vijf ritoverwinningen.

In 1982, toen Kelly zijn eerste groene trui in de Tour won, werd in zijn geboortedorp Carrick-on-Suir een straat naar hem genoemd. In 1992 behaalde de Ier met Milaan-SanRemo zijn laatste grote overwinning. In 1994 sloot Sean Kelly zijn carrière af bij het Franse Catavana.



Ploegen:

•  1977: Flandria - Velda
•  1978: Flandria - Velda
•  1979: Splendor - Eurosoap
•  1980: Splendor - Admiral 
•  1981: Splendor - Wickes 
•  1982: Sem - France Loire
•  1983: Sem - France Loire
•  1984: Skil - Reydel
•  1985: Skil - Sem
•  1986: KAS
•  1987: KAS
•  1988: KAS - Canal 10
•  1989: PDM - Concorde
•  1990: PDM - Concorde
•  1991: PDM - Concorde
•  1992: Lotus - Festina
•  1993: Festina - Lotus
•  1994: Catavana - A.S. Corbeil

Kelly’s Tourprestaties:
1978: 34e + 1 ritoverwinning
1979: 38e
1980: 29e + 2 ritoverwinningen
1981: 48e + 1 ritoverwinning
1982: 15e + groene trui + 1 ritoverwinning
1983: 7e + groene trui
1984: 5e
1985: 4e + groene trui
1987: opgave
1988: 46e
1989: 9e + groene trui
1990: 30e
1991: opgave
1992: 43e